Faalangst bij kinderen
Tegenwoordig moet er heel veel en snel. Onze hele maatschappij zit zo in elkaar. Voor de meeste kinderen is dat geen probleem. Maar er zijn kinderen voor wie dat moeilijk is. Al gauw wordt dan het woord faalangst genoemd, meestal door de school of de sportclub. Kinderen verliezen hun spontaniteit bij het ontspannen en het leren.
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen cognitieve faalangst en sociale faalangst. In beide gevallen vertoont het kind gedrag als:
- niet aan het werk beginnen
- veel doorstrepen of weggummen
- uitvluchten verzinnen
- veel naar de wc gaan/ buikpijnklachten
- boos worden/ de clown uithangen
- terugtrekgedrag
- dominant zijn naar andere kinderen
Er bestaat dan een vermoeden van faalangst. Voor oudere kinderen is er een faalangsttest. De uitkomst daarvan geeft vaak de doorslag om hulp in te roepen van een faalangsttrainer/therapeut.
Ik werk al vele jaren met kinderen waarbij faalangst is geconstateerd of waarbij het wordt vermoed. In de loop van de tijd heb ik ervaren dat faalangst een signaal is. Een signaal dat zeker serieus genomen moet worden.
Daarom ga ik eerst onderzoeken hoe bij het kind faalangst ontstaat. Wat ligt er aan ten grondslag. Daarvoor heb ik tijd nodig om met het kind te spelen en te werken.
Pas als de onderliggende oorzaak is gevonden, kan er gericht aan gewerkt worden. Het is de bedoeling dat het kind van binnen sterker wordt, zodat de behandeling een gezonde verdere ontwikkeling kan bewerkstelligen.
Vandaar dat ik er de voorkeur aan geef individueel te werken.
